|
270
275
280
285
290
295
300
305
310
|
Koo
Voe
Koo
Voe
Koo
Voe
Koo
Voe
Koo
Voe
Koo
Voe
Koo
Voe
Pha
Voe
|
oude vrouw, trouwe voedster van de koningin,
wij zien het ongelukkige lot van Phaedra hier
maar het is ons onduidelijk welke de/haar ziekte is;
van jou zouden we dat graag willen vernemen en horen.
Ik weet het niet, hoewel ik ernaar vraag; want zij wil het niet zeggen.
Ook niet wat het begin was van deze smarten?
Je komt op hetzelfde uit: want over al deze dingen zwijgt zij.
Hoe zwak is zij en uitgemergeld is zij van lichaam/wat lichaam betreft.
Ja logisch, omdat zij al de derde dag zonder eten is.
Door verstandsverbijstering of omdat ze probeert te sterven?
Ik weet het niet: zij eet niet tot de dood er op volgt.
Wonderbaarlijk wat je zei, als deze dingen tot genoegen van haar man
zijn.
Nee, want zij verbergt dit leed en zegt dat zij niet ziek is.
Maar merkt hij het niet op wanneer hij naar haar gezicht kijkt?
Nee, want het treft dat hij weg is uit dit land.
En jij wendt geen dwang aan, bij het proberen
de ziekte van haar te vernemen en de dwaaltocht van haar geest?
Ik heb al het mogelijke gedaan, maar heb niets meer bereikt.
Maar zelfs nu zal ik zeker niet ophouden met mijn goede bedoelingen,
opdat ook jij, omdat je aanwezig bent, mede met mij getuige zult zijn
hoe ik ben voor meesters, wanneer ze ongelukkig zijn.
Kom op, lief kind, de woorden die zojuist gezegd zijn,
laten we die vergeten allebei, en jij moet aardiger zijn
door je gefronste wenkbrauw te ontspannen en je manier van denken (los
te laten),
en ik zal door de weg waarlangs ik toen niet mooi/goed tot jou sprak
te verlaten naar een andere betere redenering gaan.
En als jij lijdt aan een van de de kwalen waarover men niet spreekt,
(zijn( deze vrouwen hier om te helpen de ziekte te genezen;
maar als het ongeluk dat jou treft bespreekbaar is met mannen,
vertel het, opdat deze zaak bekend gemaakt wordt aan artsen.
Nou, waarom zwijg je (nog)? Je zou niet moeten zwijgen, m'n kind,
maar (ofwel) mij (moeten) weerleggen, als ik iets niet goed zeg,
ofwel (moeten) instemmen met de(ze) woorden omdat ze goed gezegd zijn.
Laat iets horen, kijk hierheen. O rampzalige ik,
vrouwen, vergeefs doen wij deze moeite,
wij zijn nog even ver (van huis) als voorheen: want ook toen niet
liet zij zich overhalen door woorden en (ook) nu gehoorzaamt zij (ze)
niet.
Maar weet echter - en wees in dit opzicht maar eigenzinniger
dan de zee - als je sterft, je je (eigen)
kinderen verraadt, omdat ze geen deel zullen hebben aan het huis van
hun vader,
bij de koningin van het paardenvolk, de Amazone,
die een meester voor jou kinderen voortbracht,
een bastaard, die denkt dat hij een wettige zoon is, je kent hem goed,
Hippolytus
Wee
mij
Raakt
dit jou?
|