Dramatische ironie
Het procédé waarbij de toeschouwer/lezer meer informatie over de uitgebeelde situatie heeft dan een of meer personage(s) in die situatie
¢nq' æn ™gw tad', æsperei toÙmou patroj,
Øpermacoumai, k¢pi pant' ¢fixomai
zhtwn ton aÙtoceira tou fonou labein
( Sophokles, Oidipous Tyrannus 264-6)
Oidipous uit allerlei bedreigingen jegens de moordenaar vankoning Laios, niet wetend dat hij het over zichzelf heeft. maar het publiek weet dat wel.
Ellips
Het weglaten van één of meer tekstelementen die in de context gemakkelijk aangevuld kunnen worden
Opa gaf aan Jan een fiets, aan Piet een step.
'All' ºtoi keinon ge ton tauta bouleusanta dei ¢pollusqai, À se (dei ¢pollusqai) ton ™me gumnhn
qehsamenon kai poihsanta oÙ nomizomena.
Maar het is of nodig dat diegene die die dingen beraamd heeft omkomt of dat jij (omkomt) die mij naakt aanschouwd hebt en ongepaste dingen gedaan hebt.
(Herodotus, Historiae 1, 11)
Eufemisme
Het in verzachtende taal weergeven van e en negatief beladen begrip
inslapen (= sterven)
™moi de ke kerdion e„h
seu ¢famartousV cqona dumenai:
maar voor mij
zou het (wel) beter zijn
om als ik jou verloren heb onder de grond te duiken.
(= sterven)
(Homerus, Ilias VI 410-1)
Ironie
Opmerking waarbij spottend het tegendeel naar voren wordt gebracht van wat eigenlijk wordt bedoeld
Grapjas!
(gezegd tegen iemand die een vervelende streek heeft uitgehaald)
qaumaston de se
™cw posin kai piston ¹ talain' ™gw.
Een bewonderenswaardige en trouwe echtgenoot heb ik in jou, ik ongelukkige/ellendige
(Euripides, Medea 510-11)
Litotes
Het ontkennen van een begrip met als doel het tegendeel te benadrukken
Daar ben ik niet vies van (= ik vind het héél lekker!)
Poiewn te tauta ™painon e„ce oÙk Ñligon proj twn polihtewn,
Door dat te doen had ik een niet geringe (=heel grote) lof van de kant van mijn medeburgers
(Herodotus, Historiae 1, 96)
Metafoor
Vorm van beeldspraak waarbij alleen het beeld (= persoon/zaak waarmee vergeleken wordt) wordt genoemd (dus zonder als, zoals, gelijk aan etc.)
Het kleine vee, dat de lucht afweidt
(Herman Gorter)
e„j de thn tuchn
pesous' Ðshn su, pîj ¢n ™kneusai dokeij; .
wanneer je in een zo groot ongeluk terchtgekomen bent als jij,
hoe denk je dan eruit te kunnen zwemmen (= je eruit te redden)
(Euripides, Hippolytus 469-70 )
|