Pars pro toto
Het noemen van een deel in plaats van een geheel
Even koppen tellen (= leerlingen tellen)
oÙde steghn gar
steghn (dak) i.p.v. o„kian (huis)
(Euripides,Hippolytus 468)
Pathos
Het opwekken van betrokkenheid bij of medelijden met het personage bij de toehoorder of lezer
¢y d' Ð paij proj kolpon ™uzwnoio tiqhnhj
™klinqh „acwn, patroj filou Ñyin ¢tucqeij,
tarbhsaj xalkon te „de lofon ƒppiocaithn,
deinon ¢' ¢krotathj koruqoj neuonta nohsaj.
™k de gelasse pathr te filoj kai potnia mhthr:
Het kind leunde schreeuwend achterover tegen de boezem van de voedster
met de mooie gordel, geschrokken van de aanblik van zijn geliefde vader,
bang geworden van het brons en de paardeharen helmbos.
toen hij die vervaarlijk zag wuiven op de top van de helm.
en zijn geliefde vander zowel als zijn eerbiedwaardige moeder barstten in lachen uit.
(Homerus, Ilias VI, 467-471)
Polysyndeton
Het opsommen van minstens drie tekstelementen met voegwoorden
Die zorgt en waakt en slaaft en ploegt en zwoegt en zweet
(Joost van den Vondel, Palamedes)
`Hgoumai de, ç ¢ndrej, touto me dein ¢podeixai æj ™moiceuen 'Eratosqenhj
thn gunaika ™mhn kai ™keinhn te diafqeire kai touj paidaj touj ™mouj Æschune
kai ™me aÙtÕn Øbrisen
....
Ik meen, heren, dat ik het volgende moet bewijzen dat Eratoasthenes overspel pleegde met
mijn vrouw en haar te gronde richtte en mijn kinderen te schande maakte
en mij zelf schoffeerde.
(Lysias 1, 4))
Punt van overeenkomst
Zie vergelijking
Retorische vraag
Een vraag waarbij het niet de bedoeling van de vragensteller is dat er een antwoord gegeven wordt,
maar waarbij een sterke bewering of aansporing tot uiting komt
Wie ziet niet soms zich liggen in de kist,
geroerd, dat zoveel schoons moest ondergaan?
Wie hoort uit ‘t graf niet roemen, stil voldaan,
deugden die buiten hem geen stervling wist?
( J.A. Dèr Mouw)
t… gar oÙk ™comen;
t…noj ™ndeomen mh oi pansudiv
cwrein Ñleqrou dia pantoj;
want wat/welk kwaad hebben wij niet?
wat missen wij nog om niet in allerijl
totaal om te komen?
(Euripides, Troades 796-798)
Vergelijking
Vorm van beeldspraak waarbij afgebeelde en beeld beide worden genoemd (dus met: als, zoals, gelijk aan)
1 afgebeelde (= persoon/zaak die vergeleken wordt)
2 beeld (= persoon/zaak waarmee vergeleken wordt)
3 punt van overeenkomst (= het aspect waarin afgebeelde en beeld overeenkomen)
hij is zo rood als een kreeft
dakrua qerma cewn éj te krhnh melanudroj,
¹ te kat' a„gilipoj petrhj dnoferon ceei Ødwr.
(Patroclus...,) warme tranen vergietend zoals een bron met donker water,
die van een steile rots donker water laat stromen.
(Homerus, Ilias XVI, 3-4)
1. de afgebeelde = Patroclus 2. het beeld = de bron op een steile rots 3. het van bovenaf neerstromen van water/tranen
Woordplaatsing aan het begin / einde van een regel / zin:
woorden voor- of achteraan een zin of regel krijgen nadruk (Let ook op of er soms enjambement is!)
Mhnin ¢eide, qea ... (De wrok bezing, godin...)
(Homerus Ilias, I, 1)
N.B: Het woord op eerste plaats van een heel epos krijgt niet alleen de nadruk, maar geeft ook aan wat het onderwerp is van het epos. Hier dus de wrok en niet de Trojaanse oorlog!)
'Andra moi ™nnepe, Mousa ... (De man bezing mij, Muze, ....)
(Homerus Odyssee 1, 1)
N.B: Het woord op eerste plaats van een heel epos krijgt niet alleen de nadruk, maar geeft ook aan wat het onderwerp is van het epos. Hier dus de man en niet de Trojaanse oorlog!)
'AtreŽdhj te, ¢nax ¢ndrwn, kai d‹oj 'Acilleuj.
(Homerus Ilias, I, 7)
Vertaling: Atreus' zoon, heerser over mannen, en de stralende Achilles
Door de plaatsing vooraan én achteraan worden de beiden om wie het gaat uiteengeplaatst en tegenover elkaar gezet.
|