- Infinitivusconstructies
- acc. cum inf. : ipv Ðti
of æj gebruikt het Grieks bij
een "dat"-zin ook wel de aci dwz ondw. staat in
acc. en de pv in de inf. Vertaling: eerst "dat"
dan de acc. als onderwerp dan de inf. als persoonsvorm:
- faskwn ™me sofwtaton e„nai = wanneer hij zegt dat ik de wijste ben (Plato Apol)
- nomize o enai gunaika = hij meende dat (aan hem een vrouw was =) hij een vrouw had (Her. I,8)
- nomize o enai gunaika = hij meende dat (aan hem een vrouw was =) hij een vrouw had (Her. I,8)
- crhn gar KandaulV genesqai kakwj
= want het was nu eenmaal zo dat <het> voor/met
Kandaules slecht <moest> aflopen (Her. I,8)
- oÙ gar se dokew peiqesqai moi
= want ik meen niet dat jij mij gelooft (Her.
I,8)
- keleuwn me despoinan thn emhn qehsasqai
gumnhn = mij bevelend dat ik mijn meesteres
naakt (moet) aanschouwen (Her. I,8)
- skopeein tina ta
wutou = dat iemand naar zijn
eigen zaken moet kijken (Her. I,8)
- 'Egw de peiqomai keinhn enai
= Ik geloof graag dat zij ...is (Her. I,8)
- oÙden dokewn aÙthn pistasqai
= menend dat zij niets ... wist (Her. I,11)
- se .... ¢poqnVskein dei =
het is nodig dat jij sterft (Her. I,11)
- dei ¢pollusqai º se
= het is nodig dat of jij sterf (Her. I,11)
- dee º aÙton ¢polwlenai
º Kandaulea = het was nodig dat
of hijzelf of Kandaules dood was (Her. I,12)
- kai m' fasan
cruson te kai ¢rguron okad' ¢gesqai
= en zij zeiden dat ik goud en zilver voor mijzelf mee naar
huis nam (Hom. Od. X, 35)
- Infinitivus als zelfstandig naamwoord
- ¢ndra Ùfqhnai gumnon =
het een man naakt zien / het naakt zien van een man (Her. I,10)
- nom. cum inf.
|