- Declaratieve bijzinnen worden ingeleid door:
- Ðti, æj = dat.
- zij komen voor afhankelijk van verba sentiendi en declarandi,
d.w.z. na werkwoorden die een waarneming, gedachte of de mededeling
daarvan uitdrukken (in plaats van een a.c.i.)
- Na tegenwoordige tijden (hoofdtijden) gewoonlijk de modi van
de onafhankelijke zin, meestal de indicativus
- Na verleden (historische) tijden gewoonlijk de indicativus
of de optativus obliquus, zonder
¢n
- Voorbeelden:
- oda gar æj oÙd' aÙtoj
leuseai = ik weet dat nich jizelf zult gaan (Hom.
Od. X, 267)
- qauma m' cei, æj oÙ
ti .... qelcqhj = ik ben verbaasd, dat jij niet
betoverd bent (Hom. Od. X, 326)
|