Finale bijzinnen

  • Finale bijzinnen worden ingeleid door:
    • ƒna, æj, Ðpwj = opdat; bij Hom. ook Ñfra
    • ƒna mh, æj mh, Ðpwj mh = opdat niet; bij Hom. ook Ñfra mh
      • Na tegenwoordige tijden (hoofdtijden) gewoonlijk met coniunctivus
      • Na verleden (historische) tijden gewoonlijk de optativus
    • Voorbeelden:
      • na hoofdtijden:
        • æj ¢n .............. e„dwsin = opdat zij zullen weten ...........(Eur. Troi. 85)
      • na historische tijden:
        • ƒna mh ti parapneuseie = opdat niet iets erlangs blaast (Hom. Od. X, 24)
    • mh + coni. = opdat niet (om te voorkomen dat),dat niet
        • mh pwj tij ..... nostoio laqhtai = opdat niet op een of andere wijze iemand ..de terugkeer vergeet (Hom. Od. IX, 102)
  • Na verba timendi dedoika, fobeomai e.d.
    • mh = dat
    • mh oÙ = dat niet
  • æj + participium futurum is "om te"
  • infinitivus finalis: na bepaalde adiectiva of verba staat de infinitivus om het doel uit te drukken:
    • Hom.Od. IX, vs. 88: proŽein peuqesqai = erop uit zenden, om na te vragen
    • Hom.Od. IX, vs. 93: dosan lwtoio pasasqai = zij verleende het om van de lotos te eten