- Het lidwoord kan ook wel als bezittelijk
voornaamwoord vertaald worden
- thj gunaikoj = van zijn vrouw
- Het naamwoordelijk deel
van het gezegde (of een predicatief gebruikt woord) heeft
nooit een lidwoord
- naamwoordelijk deel:
- nux ¹ ¹mera geneto
= de dag werd nacht
- predicatief gebruikt (vooral bij werkwoorden die betekenen: (ver)kiezen,
(be)noemen. houden voor, aanstellen, maken tot met dubbele acc.)
- arountai aÙtÕn strathgon
= zij kiezen hem tot aanvoerder
- cei taj tricaj makraj =
hij draagt zijn haren lang (maar kijk ook hieronder!)
- plaatsing van het lidwoord
bij attributief (bijvoeglijk)
gebruik van adiectiva, genitivi, voorzetselgroep, bijwoord(elijke)
bepaling. Voor lidwoord bij participia klik hier.
- de regel is: bij attributief gebruik staat woord(groep)
of tussen het lidwoord en het nomen of achter het
nomen met herhaling van het lidwoord.
- cei taj makraj tricaj of
taj tricaj taj makraj = hij heeft
lange haren
- Ð dikaioj ¢nhr of Ð
¢nhr Ð dikaioj = de rechtvaardige man
- Ð twn 'Aqhnaiwn dhmoj of
Ð dhmoj Ð twn 'Aqhnaiwn
= het volk van de Atheners
- o n tV polei ¢nqrwpoi
trecousin of o ¢nqrwpoi
o n tV polei trecousin = de mensen in de
stad rennen. (niet: de mensen rennen in de stad!!)
- Ð nun basileuj = de huidige
koning
- verschil van betekenis door plaatsing
lidwoord bij:
- paj
- zonder lidwoord bij paj
en nomen: in ev = elk(e) ; in mv. = alle
- pasa polij of polij
pasa = elke stad
- pasai poleij = alle steden
- met lidwoord voor paj of
nomen: in ev: (ge)heel ; in mv. = alle,
al de
- pasa ¹ polij of ¹
polij pasa = heel de stad, de stad in haar geheel
- ¹ pasa polij = de hele
stad
- pantej o ¢nqrwpoi
of o ¢nqrwpoi pantej
= al de mensen
- o pantej ¢nqrwpoi
= de hele mensheid
- ¢lloj
- zonder lidwoord ervoor: = ander
- ¢llh cwra = een ander
land
- met lidwoord = de rest, de overige
- ¹ ¢llh cwra = de
rest van het land
- mesoj (en woorden die een uiterste
aanduiden)
- zonder lidwoord ervoor = het midden van
(de top van, het uiteinde van)
- mesh ¹ nhsoj = het midden
van het eiland
- met lidwoord ervoor = middelste (hoogste
, uiterste)
- ¹ mesh nhsoj = het middelste
eiland
- overige bijzonderheden
- bij (eigen)namen heeft
het Grieks vaak het lidwoord; soms met de gedachte "bekende"
- Ð Swkrathj = (de bekende)
Sokrates
- ¹ 'Attikh = Attika
- in algemene zegswijzen
gebruikt het Grieks een lidwoord, wij meestal niet:
- dei ton paida timan ton presbuteron
= het is nodig dat kinderen ouderen respecteren of
een jongere dient een oudere te respecteren
- Ð men .... Ð
de ; o men .... o
de ; Ð de (en andere lidwoorden
zonder substantief)
- Ð men .... Ð
de = de een .... de ander
- Ð men grafei, Ð de pilegei
= de een schrijft, de ander leest
- o men ....
o de = sommigen .... anderen
- o men pareisin, o de
oÙ = sommigen zijn er, anderen niet
- Ð de (en andere lidwoorden
zonder substantief) = "en hij, maar hij"etc.
- Ð d' epen = en/maar
hij zei
- substantivering: het lidwoord
kan van bijna alles een substantief maken
- o ¢gaqoi = de goeden
- ta kaka = de rampen
- o nun = de mensen van nu
/ tegenwoordig
- ta spoudeuestera = de meer serieuze
aangelegenheden
- to nikan = het overwinnen
- ¢rcei tou grafein biblion
= hij begint met het schrijven van een brief
- o f' ¹mwn =
onze tijdgenoten
- ta proj ton polemon = de oorlogsvoorbereidingen
- Ð legwn = de spreker (zie
ook: ptcp )
- Ð + gen. = de zoon van
|