Bezittelijke voornaamwoorden
| moj,
-h, -on= mijn
(verbogen als adi. op -oj ) soj, -h, -on = jouw, uw (verbogen als adi. op -oj ) ¹meteroj, -a ( -h bij Her.), -on = onze (verbogen als adi. op -oj ) Ømeteroj, -a ( -h bij Her.), -on = (van) jullie (verbogen als adi. op -oj ) aÙtou, aÙthj, aÙtwn = van hem, van haar, van hen; zijn, haar, hun keinou, keinhj, keinwn = van hem, van haar, van hen; zijn, haar, hun autou, authj, autwn = zijn eigen, haar eigen, hun eigen |
| Bezittelijke voornaamwoorden: bij Homerus, afwijkende vormen |
| teoj | = soj |
| Ðj, oj | = zijn eigen, haar eigen (Latijn: suus) |
| ¢moj, ¡moj | = ¹meteroj |
| Ømoj | =Ømeteroj |
| sfoj, sfeteroj | = hun eigen |
| filoj | gebruikt als bez. vnw. |
| Voorbeelden: |
|