Het tussenvoegsel -sk- tussen de stam en verledentijdsuitgang vna een werkwoord,
geeft aan dat het om een herhaalde handeling gaat: "steeds, telkens".

  • e„pesken = hij zei telkens (Hom. Od. X, 37)
  • fereskon = zij brachten steeds (Hom. Od. X, 108)
  • ™ske = hij was steeds(Hom. Od. X, 304)
  • fasken = hij zei telkens (Hom. Od. X, 331)