werkvertaling Cicero
De Republica VI, 11
 

(11) Zie je die stad, die, door mij gedwongen aan het Romeinse volk te gehoorzamen, (steeds) de oorlogen van vroeger hernieuwt en niet rust? En vervolgens wees hij op Carthago vanaf een zekere hoge en sterrenrijke, verlichte en heldere plaats. "Om deze (stad te belegeren kom jij nu als bijna soldaat, deze (stad) zul jij binnen deze twee jaar als consul verwoesten, en zal deze bijnaam voor je door jou verworven zijn, (de bijnaam) die je nu nog als erfenis van mij/ons hebt. Wanneer je echter Karthago verwoest zult hebben, een triomftocht gehouden zult hebben, censor geweest zult zijn, en als gezant Egypte, Syrië, Klein-Azië, Griekenland bezocht zult hebben, zul je tijdens je afwezigheid voor de 2e maal tot consul gekozen worden, en zul je een zeer grote oorlog afmaken, zul je Numantia verwoesten. Maar wanneer je in een wagen naar het Capitool gereden zal zijn, zul de republiek aantreffen, in hevige beroering (gebracht) door mijn kleinzoon."