werkvertaling Livius Ab Vrbe Condita XXI, 35, 4 - 9




5




10




15

Op de negende dag heeft men de bergrug van de Alpen bereikt over grotendeels
ongebaande paden en dwaalwegen, welke ofwel het bedrog van de gidsen ofwel,
omdat daar geen vertrouwen in hen was, het zomaar binnengaan van dalen door hen
die naar de weg gisten veroorzaakten. Twee dagen lang is er een vast kamp op de bergrug
opgeslagen en is er aan de door de inspanning(en) en het vechten vermoeide soldaten rust
gegeven; en tamelijk veel lastdieren, die op de rotsen uitgegeleden waren, bereikten
door het volgen van de sporen van het leger het kamp. Ook het vallen van sneeuw
voegde aan de hen die al afschuw hadden van zoveel ellende, terwijl het sterrenbeeld
de Pleiaden al onderging, enorme schrik toe. Toen nadat het sein tot vertrek bij het eerste licht gegeven was, het leger traag voortging over alles wat met sneeuw bedekt was,
en de lusteloosheid en wanhoop op de gezichten van allen
duidelijk zichtbaar was, toont Hannibal, die voor de veldtekenen uitgereden was nadat
op een zeker voorgebergte, vanwaar een ver en wijd vergezicht was,
de soldaten bevolen was halt te houden, (aan hen) Italië en de aan de voet van Alpen
gelegen Povlakte, en (hij toont aan) dat zij toen de muren
overstaken niet alleen van Italië, maar ook van de stad Rome;
dat de rest vlak en naar beneden lopend zou zijn; dat zij in één of hoogstens
nog een gevecht de burcht en de hoofdstad van Italië in hun handen en macht
zouden hebben.