werkvertaling Livius Ab Vrbe Condita XXI, 37




5



10




15

Eindelijk, nadat tevergeefs de lastdieren en de mensen afgemat waren,
is een legerkamp opgeslagen op de bergrug, nadat juist daarvoor met de grootste moeite
een plaats vrijgemaakt was; zoveel sneeuw moest weggegraven en weggeruimd worden.
Daarna, erop uitgestuurd om de rots begaanbaar te maken (daar), waar als enige een weg
mogelijk was, maken de soldaten, omdat de rots uitgehakt moest worden, een enorme
stapel hout nadat geweldige bomen in de rondte neergehaald en omgehakt waren,
en steken die, toen ook een krachtige wind, geschikt om vuur te maken, opgestoken was
in brand en doen de brandende rotsen door het erop gieten van azijn springen. Zo maken
zij de door de brand gloeiend hete rots met houwelen toegankelijk en verzachten ze de
hellingen met niet al te scherpe haarspeldbochten, zodat niet alleen de lastdieren maar
ook de mensen (daarlangs) naar beneden geleid konden worden. Vier dagen zijn rond
de rots verbruikt, terwijl de lastdieren bijna van de honger omkwamen; want de toppen
zijn bijna kaal en, als er iets aan voedsel is, bedekt de sneeuw het.
De lager gelegen gedeelten van de vallei hebben al enige zonnige hellingen/heuvels
en beekjes bij de bossen en plaatsen die de menselijke beschaving al waardiger zijn.
Daar zijn de lastdieren naar het voedsel gestuurd en is rust aan de door het weg aanleggen
vermoeide mensen gegeven. In drie dagen is daarna afgedaald naar de vlakte met zowel
al vriendelijkere plaatsen al met (vriendelijker) karakter van de bewoners.