15
20
25
30
35
40
45
|
Dit verschil is er tussen ons en hen: onze wijze overwint elk ongemak
maar voelt het wel, (de wijze) van hen voelt het zelfs niet. Het volgende hebben wij en zij gemeenschappelijk
dat de wijze genoeg heeft aan zichzelf.
Maar toch wil hij ook een vriend hebben en
een buur en een kameraad, hoewel hij zelf aan zich(zelf) voldoende heeft. Kijk maar eens hoe hij met zich(zelf)
tevreden is: soms is hij tevreden met een deel van zich(zelf). Als of een ziekte of een vijand hem
een hand heeft doen verliezen, als een of ander toeval een oog of de ogen heeft uitgerukt, zullen zijn
overblijfselen
voor hem voldoende zijn en zal hij met een geschonden en verminkt lichaam even blij zijn als
hij was met een ongeschonden (lichaam); maar ook al mist hij niet wat bij hem ontbreekt, hij wil liever dat niet ontbreekt. Zo
is de wijze tevreden met zichzelf, niet dat hij zonder vriend wil zijn, maar dat hij dat kan; en dit
wat ik zeg met "possit" is zodanig: het verlies (van een vriend) draagt hij met gelijkmoedige/gelaten geest.
Zonder vriend zal hij weliswaar nooit zijn: hij heeft het in zijn eigen hand hoe snel
hij weer (een vriend) verwerft. Zoals Phidias, als hij een beed verloren heeft (zal hebben), meteen een nieuw zal maken,
zo zal deze kunstenaar van het maken van vriendschappen een ander stellen in de plaats van
de verloren (vriend).
Vraag je op welke manier hij snel een vriend zal maken? Ik zal het zeggen, als dit voor mij met jou
overeengekomen is/zal zijn, dat ik meteen aan jou betaal, wat ik aan jou verschuldigd ben en wij wat deze brief betreft
de rekening vereffenen. Hecaton zegt: "ik zal jouw een tovermiddel voor de liefde tonen zonder (gebruik van)
(tover)drankje, zonder (tover)kruid, zonder de spreuken van enige gifmengster: als je bemind wilt worden, bemin dan".
Voorts heeft niet alleen het gebruik/hebben van een oude en vaste vriendschap een groot
genot maar ook het begin en opbouwen/verwerven van een nieuwe. Wat het verschil is tussen
een oogstende boer en een zaaiende, dat is (het verschil) tussen hem die een vriend verworven heeft en hem die
(een vriend) verwerft. De filosoof Attalus was gewoon te te zeggen dat het aangenamer is een vriend te maken
dan te hebben, "zoals het vor een kunstenaar aangenamer is te schilderen dan geschilderd te hebben". Die
concentratie/aandacht, geheel in beslag genomen door zijn werk, heeft een geweldig genoegen juist in die
bezigheid (zelf): niet evenveel goenoegen geniet hij die zijn hand heeft weggehaald van een voltooid werk.
Nu geniet hij van de vrucht van zijn kunst: hij genoot van de kunst zelf toen hij schilderde. Vruchtbaarder
is de jong-volwassenheid van kinderen, maar de kindertijd aangenamer.
Laten we nu terugkeren
naar ons thema. De wijze zelfs al is hij tevreden met zich(zelf), toch
wil hij een vriend hebben, al is het om niets anders , dan dat hij de vriendschap (be)oefent, opdat hij niet een zo grote
goede eigenschap (ongebruikt) blijft liggen, niet met het oop op dit wat Epicurus juist in deze brief zei: "opdat hij
iemand heeft die bij hem zit als hij ziek is, hem te hulp komt, wanneer hij in de boeien geslagen is of in gebrek", maar
opdat hij iemand heeft bij wie hijzelf
zit wanneer die ziek is, die hijzelf bevrijdt wanneer die omsingeld is door
een vijandige wachtpost. Wie naar zichzelf kijkt en vanwege dat tot een vriendschap komt denkt
verkeerd. Zoals hij begon, zo zal hij ophouden: hij heeft een vriend gemaakt om tegen
de boeien hulp te bieden; zodra als de ketting gerammeled heeft, zal die weggaan.
De complete werkvertaling van Seneca kun je hier downloaden.
|