werkvertaling Seneca, Epistulae ad Lucilium LXI, 1-4





5


10




15




Laten wij ophouden te willen wat we gewild hebben. Ik in elk geval doe dat opdat ik niet als oude man hetzelfde wil
wat de jongen (ik als..) wilde. Voor dit en (doel) gaan de dagen voorbij, voor dit de nachten, dit is mijn werk,
dit mijn denken: een einde maken aan de oude fouten. Ik doe dat opdat voor mij een dag gelijk is aan
het hele leven; en waarachtig ik klamp mij niet eraan vast als was het de laatste (dag), maar zó
kijk ik naar die (dag) alsof het wel de laatste zou kunnen zijn. In deze geest schrijf ik jou deze brief,
alsof de dood precies op dit moment terwijl ik schrijf op het punt staat mij weg te roepen; ik ben bereid/klaar
om heen te gaan, en daarom kan ik van het leven genieten omdat ik, hoe lang dit ook zal zijn, niet teveel
eraan hang. Voor de ouderdom heb ik ervoor gezorgd dat ik goed leefde, in de ouderdom dat ik goed
sterf; maar goed sterven is gewillig sterven. Doe je best dat je nooit iets
tegen je wil doet: alwat noodzakelijk zal zijn voor degene die zich (ertegen) verzet, dat is voor degene die (het) wil
geen noodzaak. Ik bedoel het zo: hij die gewillig bevelen aanvaardt ontsnapt aan het bitterste deel
van de slavernij nl te doen wat hij niet wil; niet hij die op bevel iets doet is ongelukkig,
maar hij die (iets) tegen zijn zin doet. Laten wij daarom onze geest zo ordenen dat alwat de situatie
zal vereisen, wij dat willen, en vooral dat wij over het einde van ons zonder droefheid denken.
Wij moeten ons eerder op de dood dan op het leven voorbereiden. Het leven is voldoende toegerust,
maar wij zijn begerig naar de voorzieningen ervan; ons schijn toe dat er iets ontbreekt
en zal (ons) altijd toeschijnen: dat wij genoeg geleefd hebben, bepalen nog de jaren noch de dagen maar
de geest/instelling. Ik heb geleefd, beste Lucilius, zoveel als voldoende was; voldaan verwacht ik de dood.
Vaarwel.

 

De complete werkvertaling van Seneca kun je hier downloaden.