werkvertaling Epistula 14, 12-16.




95




100





105




110




115

'Wat nu?', zeg je, schijnt het jou toe dat Marcus Cato gematigd filosofeerde, die de burgeroorlog
met zijn mening (in de senaat) probeerde tegen te houden? die tussenbeide kwam bij de wapens van de razende leiders?
die terwijl sommigen Pompeius, anderen Caesar beledigden de twee tegelijk uitdaagde?'
Iemand/men kan er over discussiëren of in die tijd door een wijze de staat in handen genomen moest worden.
Wat wil je eigenlijk, Marcus Cato? Het gaat niet meer over de vrijheid, die is al lang geleden te gronde
gericht. De vraag is of Caesar of Pompeius de staat bezit/in bezit krijgt:
Wat heb jij te maken met die strijd? Geen van de partijen zijn de jouwe. De heerser wordt (uit)gekozen:
wat is jouw belang wie van beide wint? het is mogelijk dat de betere/beste wint, het is niet mogelijk dat hij niet slechter wordt die
overwonnen heeft. Het laatste aandeel van Cato heb ik besproken, maar ook/zelfs de eerdere jaren waren niet van dien aard
dat ze een wijze toelieten tot die plundering van de staat.wat anders heeft Cato gedaan dan dat
hij luid geroepen heeft en vergeefs zijn woorden geuit heeft, toen hij nu eens, opgetild door de handen van het volk
en overdekt met spuug, buiten het forum gesleept werd om afgevoerd te worden, dan weer uit
de senaat naar de gevangenis gebracht werd?

Maar later zullen wij zien of door een wijze moeite gedaan moet worden voor de staat: intussen
vraag ik je aandacht voor deze stoïcijnen, die, uitgesloten van de staatszaken, weggingen om zich te wijden
aan hun eigen leven en aan het wets/gedragsregels opstellen voor het menselijke geslacht zonder enige belediging van de machthebber.
Een wijze zal de publieke zeden niet in verwarring brengen en niet het volk door zijn ongehoorde leven(sstijl) tegen zich
in het harnas jagen. 'Wat verder/nog?' Zal in elk geval hij veilig zijn die dit voorstel/deze levenswijze volgt?
Ik kan jou dit niet meer beloven dan een goede gezondheid aan een gematigd mens,
En toch bewerkstelligt gematigdheid een goede gezondheid. Er vergaat een (of ander)
in de haven: maar wat denk je (dan) dat er op volle zee/midden op zee gebeurt? Hoeveel meer voor hem zal
het gevaar reëler zijn die vele dingen doet en onderneemt, voor wie zelfs vrije tijd
niet veilig is? Soms komen eens onschuldigen om - wie ontkent dat? - schuldigen echter/toch
vaker. De vechtlust blijft bestaan bij hem die door zijn (wapen)rusting heen getroffen is. Kortom naar het plan achter/van
alle dingen kijkt de wijze, niet naar de afloop/het einde; het begin(nen) ligt in onze macht,
over de afloop oordeelt/beslist het lot, aan wie ik niet het oordeel over mij (in handen) geef.

 

De complete werkvertaling van Seneca kun je hier downloaden.