Werkvertaling Vergilius' Aeneis I, 198 - 209.


200




205



"Makkers,- en (ik zeg dit) want wij zijn niet onwetend met rampen hiervoor -
jullie die ergere dingen hebben ondergaan, de god zal ook aan deze een eind maken.
Jullie zijn zowel de razernij van Scylla en de in de diepte dreunende
klippen genaderd, als hebben jullie de rotsen/grotten van Cyclopen
beproefd: raapt jullie moed weer bijeen en laat de sombere angst
varen; misschien zal het jullie plezier doen later eens je deze dingen te herinneren.
Dwars door verschillende lotgevallen, door zoveel hachelijke situaties
trekken wij naar Latium, waar het lot(beschikkingen) een rustige woonplaats
in het vooruitzicht stelt; het is (goddelijk) bepaald dat daar het rijk van Troje herrijst.
Houd vol en bewaar je zelf voor voorspoedige tijden."
Dergelijke dingen zei hij met zijn stem, en gekweld door enorme zorgen
wendt hij met zijn gezicht hoop voor, (en) drukt het verdriet diep weg in zijn hart.