Werkvertaling Vergilius' Aeneis II, 13 - 24.


15




20




(zal ik beginnen). Gebroken door de oorlog en teruggedreven door het noodlot,
bouwen de aanvoerders van de Grieken,terwijl er al zoveel jaren verglijden
met de goddelijke kunstvaardigheid van Pallas een paard zo groor als een berg.
en ze bedekken de ribben met gezaagd dennenhout;
ze doen alsof het een wijgeschenk is voor de terugkeer; dit gerucht verspreidt zich.
De door loting uitgekozen lichamen van mannen sluiten zij heimelijk hierin op
in de donkere flank en het binnenste van de enorme
holte en buik vullen zij met gewapende soldaten.
In het zicht (van Troje) ligt Tenedos, een door zijn faam/reputatie zeer bekend
eiland, rijk aan middelen/macht zolang het rijk van Priamus bleef/nog bestond,
nu slechts een baai en een onbetrouwbare ligplaats voor schepen:
hierheen uitgevaren verbergen zijn zich op de verlaten kust.