Werkvertaling Vergilius' Aeneis II, 790 - 795.
790




795


Zodra zij deze woorden gesproken had, verliet ze (mij) die huilde en veel wilde
zeggen (nog), en zij week terug in de ijle lucht.
Driemaal probeerde ik daar/toen mijn armen om haar hals te slaan,
driemaal tevergeefs vastgepakt ontvluchtte de schim mijn handen,
gelijk aan de lichte winden en zeer gelijk aan de gevleugelde slaap.
Zo zoek ik eindelijk, als de nacht voorbij is, mijn mkkers weer op.