- bij verba als "object", een
aantal verba heeft geen. acc. als object, maar de abl.:
- verba die een emotie uitdrukken
- verba die betekenen "bevrijden van, beroven van".
- verba die betekenen "missen, nodig hebben".
- bij mihi opus est = ik heb nodig
- bij de deponentia: utor (3) = gebruiken,
fruor (3) = genieten van, fungor
(3) = (een functie) bekleden, vervullen
- virginitate frui = genieten
van de maagdelijkheid (Ov. Met. I, 487)
- bij adiectiva, enkele adiectiva hebben
een ablativus bij zich:
- abl. respectus/limitationis
: geeft aan dat het niet het geheel betreft, maar een bepaald deel:
"wat betreft" , of hij geeft antwoord op de vraag "in
welk opzicht?"
- pectore toto uritur = hij staat
in vuur en vlam wat betreft/ in zijn hele borst (Ov. Met. I, 495)
- abl. comparationis :
na een comparativus betekent de abl. "dan".
- Quid eo dementius
= Wat is dwazer dan hij (die..) (Sen. Ep. 41)
- tanto minor est tua gloria nostra (gloria) = zoveel minder is jouw roem dan de onze (Ov. Met. I, 465)
- ocior aura = sneller dan een bries
(Ov. Met. I, 502)
- abl. mensurae:
geeft bij een comparativus of een comparatief begrip de mate
van verschil aan:
- quantoque animalia cedunt = zozeer
als de levende wezens onderdoen voor (Ov. Met. I, 464)
- tanto minor est tua gloria = zoveel
minder is jouw roem (Ov. Met. I, 465)
- multis ante annis = vele jaren
tevoren/tevoren
- abl. loci
- ea res fremitum Macedonia tota
fecit = Deze zaak veroorzaakte een geweldig gemor in
heel Macedonië;
- abl. temporis:
bij woorden die een tijdsperiode aanduiden, geeft de abl. aan: het
tijdstip waarop;
- abl. separativus:
duidt de plaats waarvandaan een verwijdering of de zaak aan waarmee
een scheiding optreedt:
- vix cuiquam persuadebatur Graecia omni
cessuros = nauwelijks iemand werd overtuigd, dat zij
uit heel Griekenland zouden weggaan
- abl. instrumentalis:
duidt het middel of werktuig aan waarmee iets gedaan
wordt.
- abl. causae:
geeft de oorzaak of reden van iets aan:
|