|
vragend
|
aanwijzend
|
betrekkelijk
|
onbepaald
|
onbepaald betrekkelijk
|
onbepaald
"alles" |
|
|
plaats, waar |
ubi ? = waar ? |
ibi = daar hic = hier illic/istic = daar (ginds) |
ubi = waar |
alicubi = ergens (n)usquam = (n)ergens |
ubicumque = waar ook (maar) |
ubique = overal |
| plaats, waarvandaan | unde ? = vanwaar ? |
inde = vandaar hinc = van hier illinc/istinc = van ginds |
unde = vanwaar |
alicunde = ergens vandaan |
undique = van alle kanten, overal vandaan |
|
| plaats, waarheen | quo ? = waarheen ? |
eo = daarheen huc = hierheen illuc/istuc = gindsheen |
quo = waarheen |
aliquo = ergens heen |
quocumque = waarheen ook (maar) |
eodem = naar dezelfde plaats |
| plaats, waarlangs | qua ? = waarlangs ? |
ea = daarlangs hac = hierlangs illac/istac = ginds langs |
qua = waarlangs |
aliqua = ergens langs nequaquam = langs geen enkele weg = geenszins |
quacumque = waarlangs ook (maar) |
|
| tijdsduur | quamdiu ? = hoe lang? |
tamdiu = zolang |
quamdiu = zolang als |
aliquamdiu = een tijd(je) lang |
||
| tijd: -vaak | quotiens ? = hoe vaak ? |
totiens = zovaak |
quotiens = zo vaak als |
aliquotiens = enige malen |
quotienscumque = hoe vaak ook (maar) |
|
| tijdstip | quando ? = wanneer ? |
nunc = nu tunc/tum dan, op dat moment |
cum (+ indic.) = wanneer |
aliquando = eens, ooit quondam = eens (n)umquam = (n)ooit |
||
| wijze, waarop | quomodo ? = hoe ? |
ita/sic = zo, op die manier item = evenzo |
aliquo modo = op een of andere manier nequiquam = (op geen enkele manier) = tevergeefs |