|
Causale bijzinnen geven een oorzaak of reden weer.
Ze staan in de indicativus als ze
een objectieve mededeling doen; maar in de coniunctivus
als ze een subjectieve mening (die van het subject) weergeven.
Causale bijzinnen worden ingeleid door:
|
- quod = omdat, daar
- quia = omdat, daar
- quoniam = aangezien
- cum + conj. = omdat, daar
|
| Voorbeelden: |
- in indicativus (objectief):
- quod propior Italiae ac mari
tantum Ionio dicretus erat = omdat hij dichterbij Italië
(was) en slechts door de Ionische zee gescheiden. (Liv.XXIII,
33)
- quia custodiis navium Romanarum
tenebantur = omdat zij door wachtposten van Romeinse
schepen bezet gehouden werden. (Liv.XXIII, 33)
- in coniunctivus (subjectief:)
|
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |