- Indicativus: gebruikt de spreker of schrijver als hij een
handeling of gebeurtenis weergeeft zoals hij, volgens hem, werkelijk
gebeurt of gebeurd is.
|
- Coniunctivus adhortativus: de spreker
of schrijver spoort aan tot een handeling; coni. praesentis;
vertaling: laat.., laten ....
|
- Coniunctivus prohibitivus: een aansporing
om iets niet te doen of een negatief bevel; coni. praesentis
of perfecti.
|
- Coniunctivus potentialis: de spreker of
schrijver stelt een handeling als mogelijk of waarschijnlijk voor;
vertaling: (zou)..kunnen; zal misschien wel.
- heden: coni. praesentis
of perfecti.
- verleden: coni. imperfecti.
|
- Coniunctivus irrealis: de spreker of schrijver
stelt iets als "niet-werkelijkheid" voor; meestal vergezeld
van een voorwaardelijke bijzin, ingeleid door (ni)si;
zie ook conditionele
bijzinnen.: coni. impf. = irrealis van het heden; coni.
plqmperf. = irrealis van het verleden.
- credis me, pater, inter inermes convivas
cenaturum fuisse, = Gelooft u, vader, dat ik, tussen ongewapende
tafelgenoten gegeten zou hebben?
- O, quam cuperes = O, hoe zou je wensen .... (Sen. De Clem.)
|
- Coniunctivus optativus: iets wordt als
wens voorgesteld: ontkenning: ne
- vervulbare wens: coni. praesentis,
al of niet met utinam.
- onvervulbare wens: coni. imperfecti
of plusquamperfecti, vorafgegaan door utinam.
|
- Coniunctivus dubitativus: drukt twijfel
uit; vertaling moet/moeten? alleen in 1e persoon van de coni.
praesentis.
- comissatorem te cum armatis venientem
recipiam? = moet ik jou (dan) als feestganger, die met
gewapenden komt, ontvangen?
|
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |