|
Temporele bijzinnen: geven een tijdsbepaling aan, staan in de
indicativus (meestal) of soms ook in de coninuctivus en ze worden ingeleid
door:
|
- ubi (primum), ut (primum) + ind.
= zodra als, toen
- ubi celeritate vinci senserunt
= toen zij merkten dat in snelheid overtroffen werden
- ut Punicus cultus habitusque suspectos
legatos fecit = toen de Punische kleding en houding de
gezanten verdacht maakte
|
- postquam + ind. perf.
= nadat
|
- cum + ind. = wanneer,
terwijl
- cum + coni. = toen, nadat
( zie ook causale
en concessieve
bijzinnen)
- cum quaereret qui et unde et quo tenderent
cursum, = toen hij vroeg wie (zij waren) en vanwaar en
waarheen zij koers zetten.
|
- priusquam/antequam + ind.
= voordat
|
- dum + ind. = terwijl,
zolang als, totdat
- dum + coni. = opdat/met
de bedoeling dat intussen
|
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |
| |